Blog

Het buitenissige vergelijk tussen een grappig ketelstofzuigertje en onbenut ongekend talent

Dit is Henry. Met zijn vermogen van 180[1] bulkt hij van ongekend talent! Hij is gemotiveerd en zijn diverse zuigmonden maken hem ook nog eens ontzettend creatief. Hij weet hiermee stof uit alle hoeken en gaten op te zuigen. Wel heeft hij een ietwat kritische instelling. Hij zuigt bijvoorbeeld niet zomaar alles op wat je hem aanbiedt. Hij zegt dan gelijk waar het op staat.

Henry is ook best gevoelig. Zo heeft hij bijvoorbeeld last van (koud)watervrees en van een harde aanpak is hij niet gediend. Als Henry’s ‘stofzak’ vol zit, dan laat hij niet meer zien wat hij kan.

Zijn perfectionistische aard kan er voor zorgen dat hij zich volledig vastbijt in stof. Heel soms is hij luidruchtig en doet wat stof opwaaien, mogelijk is er sprake van een (energie)label?

Gelukkig zijn er zijn zwenkwieltjes, geribbelde stofzuigerslang en telescopische steel, die hem wendbaar en flexibel maken. Zo werkt hij gemakkelijk mee en past zich moeiteloos aan situaties, mensen en omgevingen aan. Hoe mooi is dat?

Ookal oogt Henry vrolijk en blij. Hij zit niet lekker in zijn vel.

Wat je niet ziet, maar wel moet weten, is dat Henry van nature een enorme (leer)honger heeft. Met zijn motor, opslagcapaciteit en creatieve zuigmonden kan hij veel meer (les)stof opzuigen dan binnen zijn 10 meter snoerbereik wordt aangeboden. Diezelfde creatieve zuigmonden zorgen er ook voor dat hij (les)stof anders opzuigt en verwerkt ofwel nieuwe of meerdere mogelijkheden ziet in het stof wat er in huis ligt.

Hij voelt zich beperkt door het stof aanbod, de vooraf bepaalde zuigmond en de vaste rolroute door het huis. Als Henry tegensputtert is dat ongehoord. Henry ‘mag’ enkel op gezette tijden presteren en dan wel, conform de specificaties van Henry’s gebruiksaanwijzing, direct, vlekkenloos en op vol vermogen. Immers, zoveel tijd is er niet. Presteert Henry onvoldoende en niet op het bepaalde ‘juiste’ moment, dan mag Henry stof gaan happen in de kast.

Henry staat ‘uit’. Henry laat niet meer zien wat hij allemaal kan. Henry heeft het gevoel dat hij niet mag zijn wie hij is. Hij voelt zich anders, onbegrepen en eenzaam in een volle kast.

Omdat Henry het niet meer doet en dat toch zonde van het geld is, wordt er een reparateur bijgehaald. Als Henry het echter na wat sleutelen nog niet doet, besluit die dat het aan Henry’s label ligt. De oplossing is dat Henry vaker uit de kast gehaald moet worden om meer van hetzelfde stof op te laten opzuigen. Henry’s zwenkwielen blokkeren alleen al bij het idee en maken hem zo verdrietig dat zijn stofzuiger slang en buis volledig verstopt raken.

Een geaarde contactdoos voelt gelukkig Henry’s spanning en energie. Ze zoekt contact en aansluiting met hem. Ze luistert en hoort dat Henry anders denkt over stofzuigen. Zo wil hij liever van boven naar beneden stofzuigen in plaats van beneden naar boven. Ook wil hij gelijk naar het stofnest toe en stukken overslaan. Zijn snoer raakt in de war van al die stapjes en omwegen. Daarnaast vindt hij het hinderlijk dat zijn 10 meter snoer telkens in en uit het stopcontact gehaald moet worden voordat hij verder kan gaan met iets nieuws. Henry zíet en kan met zijn verschillende zuigmonden overal stof opzuigen maar voelt zich beperkt door het stof aanbod, het snoerbereik, de vooraf bepaalde zuigmond en de vaste rolroute door het huis.

Samen bedenken ze dat een verlengsnoer een ideaal hulpstuk voor Henry is. Een extra lang snoer die assisteert om alle hoeken van kamers langs te gaan. Het zal zijn stof(fer) en blik verruimen, zijn bereik vergroten, nieuwe rolroutes en gebruiksgemak geven, hem meer mogelijkheden geven om creatief zijn zuigmonden in te zetten en leren zijn opvangcapaciteit en zuigkracht toe te passen.

Het behoeft geen uitleg dat Henry in dit vergelijk synoniem staat voor een onderpresterende creatieve hoogbegaafde waarvan het ongekende talent niet (h)erkend wordt in een onderwijswereld van getallen, gemiddelden en vaste gewoonten. Dat we soms (om blokkades en verstoppingen bij stofzuigerbuizen of slangen te voorkomen) onze eigen blik moeten verruimen en verder kijken dan een ‘stofzuigerbehuizing’ op het eerste oog laat zien. Probeer eens een andere dan gebruikelijke oplossing. Durf strakke handgrepen los te laten en probeer eens net zo flexibel als een geribbelde stofzuigerslang om te gaan met lesstof, kennisoverdracht en creatieve denkwijzen van kinderen.

Immers, waar zouden we zonder blije stofzuiger zijn?

[1] De Henry 180 heeft een vermogen van 620 watt

Read more

Oog voor ongekend talent

Oog voor ongekend talent

Hoogbegaafdheid, hoogbegaafd… laten we eerlijk zijn. Het is niet de meest gelukkig gekozen term. Ja, het is een gave, een cognitieve begaafdheid die van toepassing is voor één op de 50 hoogbegaafde mensen in Nederland. Is het ook echt een gave? Niet als je ongekende talent, ongezien blijft.

Volgens Renzulli zijn er 2 typen hoogbegaafden te onderscheiden: de schoolhouse gifted (intelligente leerling) en de creative productive gifted (creatief begaafde leerling).

Ben je een schoolhouse gifted talent? Dan heb je geluk. Deze leerlingen zijn redelijk gemakkelijk te herkennen zijn in ons op reproductie gerichte onderwijssysteem. Deze groep intelligente leerlingen zijn vooral slim/pienter, doen het meestal goed op school en passen binnen het systeem.

De relatief onopvallende ‘anders denkende’ creatief begaafde talenten daarentegen hebben het minder gemakkelijk. Deze ongekende talenten vallen minder op in het nog talige onderwijssysteem. Door hun divergente denkvermogen, mindset, hooggevoeligheid of dubbele begaafdheid (hoogbegaafd gecombineerd met dyslexie, ADHD e.d.) kunnen ze hun begaafdheid niet altijd tot uiting brengen bij o.a. reproductieve toetsen en starre vraagstellingen.

Wat is nu het probleem?

Om één en ander te illustreren maken we een reisje naar het fictieve gezin van Jozef en Sophie, die drie jaar geleden de trotse ouders werden van een tweeling: Victor en Hugo. Victor heeft – dat blijkt al snel – een meer dan gemiddelde aanleg voor voetbal. Hugo, die is hoogbegaafd, zo zal later blijken.

Als een kleuter van drie een meer dan gemiddelde aanleg voor voetbal heeft, dan roepen alle volwassenen in zijn omgeving meteen ‘ooh’ en ‘aah’. Kleine Vic mag met papa en met opa voetballen zoveel hij maar wil, want dat is leuk. Als zijn tweelingbroertje een bovengemiddelde aanleg voor taal of rekenen blijkt te hebben, roept niemand ‘ooh’ en ‘aah’, en papa en opa staan niet te trappelen om woordspelletjes te spelen, of om te gaan rekenen met het kind, want dat is niet leuk. Erger nog, dat is pushen.

Hugo zijn talenten worden dan ook onbewust genegeerd door zijn omgeving. Voor zover ze hen al opvallen, want dat Hugo als éénjarige al besefte dat zijn linkerhand evenveel vingertjes telde als zijn rechterhand, dat merkte niemand.

Een aantal jaren later is Victor een jongen van 8 en aangesloten bij de lokale voetbalploeg. Omdat hij zoveel beter is dan zijn leeftijdsgenoten, mag hij al eens een wedstrijd meespelen met de kinderen die een jaar ouder zijn. Dat moet, want anders leert hij niks meer bij en zal hij niet meer beter blíjven. Victor en Hugo gaan al een tijdje naar school, en Hugo is in taal en rekenen zoveel beter dan zijn leeftijdsgenoten, maar hij mag van de juf níet af en toe eens naar een hogere klas. Hij zit in het tweede leerjaar en daar leer je maaltafels en het honderdveld en niks anders. We gaan hem toch niet pushen zeker!

Dat Hugo op deze manier niet lang beter zal blijven dan zijn leeftijdsgenoten, daar valt niemand over. Dat is nét goed. Toch? Victor voelt zich steeds beter in zijn vel want elk weekend staan papa en mama te supporteren en krijgt hij schouderklopjes. Op de speelplaats wil iedereen hem in zijn voetbalploeg; hij is immens populair.

Hugo krijgt geen schouderklopjes elk weekend. Misschien mag hij op het eind van elk trimester eens rekenen op wat goedkeuring van ouders en grootouders, als hij zijn rapport vol tienen toont, maar ook dat went en na een tijdje valt alleen die ene 7 nog op, waarover hij een opmerking krijgt.
Op de speelplaats staat hij vaak alleen, want iedereen wil voetballen en niemand interesseert zich voor dat rare jongetje dat de hoofdsteden en vlaggen van alle landen van Europa kent, en dat veel te moeilijke woorden gebruikt. Hij begint zich steeds slechter in zijn vel te voelen. Hij begrijpt nog niet ten volle wat eenzaamheid is en kan het dan ook niet omschrijven voor anderen, maar hij is het wel, eenzaam.

De omgeving is het probleem

Victor en Hugo zijn in dit geval fictief. Maar in elke school lopen er een paar uitzonderlijk goede voetballers rond en een paar hoogbegaafde kinderen, die zich aan dit verhaal kunnen spiegelen. Hoogbegaafd zijn was bij de geboorte van ons fictieve kind geen probleem, maar het is nu wel een probleem geworden. Zijn omgeving heeft hem een etiket opgeplakt waar hij niet om gevraagd heeft. Men heeft hem niet de kansen gegeven om zijn talenten te ontplooien en daardoor is hij gefrustreerd en ongelukkig geworden. Zijn omgeving heeft ongemerkt zijn probleem gemáákt.

Bron: Hoogbegaafd Vlaanderen

De kans is reëel dat deze kinderen zich ofwel tegendraads, ‘druk’ of agressief gaan gedragen om ook een deel van de aandacht te krijgen, ofwel ze begraven hun talenten en cijferen zichzelf helemaal weg. In beide gevallen heb je echter te maken met een doodongelukkig kind en een ongekend talent.

Elk kind heeft talent en élk kind en talent mag er zijn. De Talenten.club gelooft en weet dat er ruimte is voor álle ongekende talenten in élke omgeving. Door je blik te verruimen!

Read more

Het zit er wel in…

De fabel van ‘het zit er wel in, maar komt er niet uit’

‘Het zit er wel in, maar komt er niet uit’. Een zin die we allemaal wel eens hebben gehoord of hebben uitgesproken. We signaleren dat er meer in een kind zit, dan het op dat moment laat zien. We kunnen er echter niet onze vinger op leggen, waarom het er niet uitkomt. Het kind komt niet tot zijn of haar recht en gaat helaas vaak gepaard met ‘niet goed in je vel’ zitten. Alleen… wat als het er wél uitkomt alleen wíj het niet zien?

Ruim 80% van alle informatie die we tot ons nemen, bereikt ons via de ogen. Toch is wát we met onze ogen waarnemen, niet altijd wat het op het eerste oog lijkt. Denk maar eens aan optische illusies of gezichtsbedrog.

Stel je voor: je bent creatief begaafd en gezegend met het divergente denkvermogen, een talent om meerdere oplossingen binnen een vraag of opdracht te zien, kun je dan altijd laten zien wat er in je zit?

Neem deze CITO vraag (2009):

Als je een boomstam in 4 stukken wilt zagen, hoe vaak moet je dan zagen?

Om het ‘gemakkelijk’ te maken laten ze je ook nog uit meerkeuzeantwoorden kiezen:

A) 2 keer

B) 3 keer

C) 4 keer

Waar het gros antwoord B invult, zien creatief begaafden dat álle antwoorden kunnen. Welk antwoord moeten ze kiezen? Verwarring, te weinig informatie, tijdverlies… en dan toch maar een logische keuze, zonder de mogelijkheid het antwoord toe te lichten. Antwoord A, want de boomstam in 2x zagen is toch efficiënter en economischer dan 3 of 4x?

Helaas. Volgens het antwoordenblad is er maar één antwoord mogelijk en dat is antwoord B. Daarnaast beperken wij onze blik tijdens het nakijken enkel tot het zien van fouten. Het ‘waarom’ achter een antwoord. De beredenering ervan wordt niet gevraagd of gezien. Laat staan het ongekend talent.

Heeft deze creatief begaafde laten zien wat er in zit? Ja zeker. Komt het er uit? Ja, zeker. Alleen koppelen we helaas vaak genoeg aan de waargenome toetsresultaten een directe interpretatie. Dat is gevaarlijk en maakt, mijns inziens, de welbekende frase: ‘het zit er wel in, maar komt er niet uit’ tot een farce. In mijn optiek laat een kind bewust of onbewust áltijd zien wat er in zit. Het is alleen de vraag of wíj het willen zien.

Kijken is anders dan zien

Zien is de juiste betekenis geven aan een waarneming. Ofwel het correct interpreteren van de aangeboden informatie. Geen gemakkelijke klus als ons beeld ‘vertroebeld’ wordt door eerdere ervaringen, gestandaardiseerde toetsen, antwoorden en testen, gemiddelden, getrokken vergelijkingen, gevormde overtuigingen, overgeleverde wijsheden en aangeleerde vaardigheden.

Een open blik houden is dan ook essentieel bij het omzetten en verwerken van informatie. Dit gehele proces speelt zich af in onze hersenen en maakt dat we kijken met onze ogen, maar zíen met onze hersenen.

Verruim je blik
Het is niet kijken, maar nauwkeurig observeren waarmee we kunnen zien. Bij observeren verwerven we informatie uit eerste hand, door gebruik te maken van onze zintuigen aangevuld met objectieve data uit onderzoeksinstrumenten, communicatie en het vastleggen ervan. Door het aandachtig bestuderen van wat we zien, het verwonderen en (af)vragen, het formuleren van een gerichte onderzoeksvraag en het toetsen in de praktijk om te verifiëren of bij te sturen, verruimen we onze kennis. Door de vergaarde informatie in een breder perspectief te zien, kan dat leiden tot andere inzichten of interpretaties. Soms totaal anders dan verwacht of op het eerste gezicht leek.

Hoeveel zwarte stippen zie je?

Leonardo da Vinci beschikte over zo’n uitzonderlijk observatievermogen ook wel visuele intelligentie. Door het systematisch, precies, herhalend en natuurgetrouw te tekenen en te beschrijven probeerde hij de werkelijkheid niet door andermans, maar door eigen ogen te zien. Zijn motto was ‘saper vedere’ wat betekent: ‘weten hoe te zien’. Hij verruimde zijn blik door de verbindingen en patronen die hij zag, te combineren met logisch denken, onderzoeken en ervaren.

Wil je écht ongekend talent zien? Wil je weten hoe te zien? Verruim dan je blik met talenten.club

Read more

Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies' om u de beste website ervaring te geven. Als u doorgaat met het gebruik van deze website zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op 'Accepteren' hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten